vrijdag 2 december 2011

Fryslân boppe!

Loop ik door de supermarkt, hartje Maastricht, hoor ik De Kast met 'In Nije Dei'. Ik voel me helemaal warm worden van binnen en onderdruk de sterke neiging heel hard te gaan meezingen. Maar dat heb ik net weten te voorkomen, want ik wil niet geëtiketteerd worden als de loenatik van de buurt.

Tja, je kunt het meisje wel uit Friesland halen, maar je haalt Friesland natuurlijk nooit uit het meisje.

donderdag 1 december 2011

Sint

Daag meneer de Sinterklaas,

Ik denk, ik schrijf u maar even een briefje, want ik heb het angstige vermoeden dat uw prioriteit wat meer bij de kinderen ligt. Dat vind ik niet erg hoor, want tenslotte bent u dé kindervriend van Nederland (en België). Op een of andere manier heb ik gewoon even wat vraagjes voor u.

Hoe zit dat nu precies met dat grote boek van u? Ik bedoel, wat staat daar eigenlijk in en wat doet u er mee? U schijnt alles te weten, hoe lief en aardig iedereen geweest is enzo. Maar ik hoorde u laatst op de radio verkondigen dat u nooit iemand meeneemt naar Spanje, terwijl daar hier en daar toch een ietsiepietsie mee gedreigd wordt. Dat is toch niet helemaal handig naar die kinders toe? Consequentie is belangrijk voor dat kleine grut en dit is pedagogisch dan niet al te best.

Ennuh, die jurk...Is het misschien niet eens tijd om uw outfit een tikkie te moderniseren? Lijkt me ook prettiger als u op uw paard over de daken de pakjes door de schoorsteen moet douwen. Of laat u dat uw Pieten opknappen en staat u de boel vanaf de straat te dirigeren? Ik snap ook dat uw outfit een beetje bij uw leeftijd moet passen en u wordt natuurlijk dit jaar al weer 1741 jaar. Maar een beetje bekende gast heeft tegenwoordig een persoonlijke stylist, dus wellicht hebt u een modebewuste Piet ergens in uw assortiment.

Ik wilde het ook nog even met u hebben over de pepernoten en de chocolade en de marsepein. Ik snap dat deze merchandise een groot deel van uw marketingstrategie behelst. Maar dat heeft u toch niet nodig? Die rommel wordt toch wel in grote hoeveelheden verkocht, ook als het pas een week of twee voor uw verjaardag in de winkels ligt. En dan maken we een uitzondering voor die marsepeinen staven waar chocola omheen zit. Die lust ik wel het hele jaar door.

En dan een laatste puntje. Kunnen we niet gewoon afspreken dat er geen pyjama's, geen sjaals en handschoenen, geen gezelschapsspellen en geen sloffen meer worden gegeven aan kinderen op uw verjaardag? Tenzij dit natuurlijk op hun eigen verlanglijst staat, maar dan zou ik me toch ernstig afvragen  wat de invloed is geweest van de ouders op de samenstelling van de lijst.

Dat was het wel. Ik hoop dat u er iets mee kunt. U mag ook gewoon alles in de wind slaan hoor, want die horen we waaien door de bomen en onze makkers staken hun wild geraas.

Daahaag Sint.

PS: ik hoef niets dit jaar...misschien alleen een chocoladeletter

woensdag 23 november 2011

Mist ? !

Mist. Waar? Hier?
Ik zie helemaal niets. Nou ja, ik zie dus een heleboel, want er is geen mist, hier. Al dagen niet en ook niet gehad. Als ik mij uit mijn territorium richting het noorden of noord-westen begeef, dan, ja dan kom ik in de mist. Maar niet hier. Al dagen zie ik de zon aan een prachtige blauwe hemel. Vandaag even niet - maar we hebben geen mist! Buienradar - die inmiddels ook in de mist zit - beweert dat we wel degelijk mist hebben. Bij nadere bestudering van wat zich aan de andere kant van mijn raam afspeelt, zou je misschien kunnen concluderen dat er een ietsiepietsie mist hangt. Maar mijn ramen zijn ook gruwelijk aan een wasbeurt toe.
Mist in mijn hoofd, dat is er wel. Daar kan geen mistlamp enige verlichting brengen. 

dinsdag 8 november 2011

Dubstepperderpep

zondag 6 november 2011

Op het leven!

Heel klein, kwetsbaar, maar al zo vol leven.
Een wonder in tweevoud, Uk en Puk.
Mijn hart staat weer wijd open.
Er is nog zat ruimte voor deze twee.

Trots op de ouders die Uk en Puk met liefde omarmen.
Alsof ze er altijd al zijn geweest.

Grote broer die alles in de gaten hield.
Zíjn broertje en zusje.
Hij kan niet wachten om met ze te spelen.

En ik mocht ze bewonderen, aanraken, vasthouden.
Ze lieve woordjes toefluisteren en kusjes geven.

Mijn hoofd zit vol vlinders.

woensdag 2 november 2011

Hoe gaat het met Greet?

'Hoe gaat het met je?'

Het is een vraag die mij de laatste tijd vaak wordt gesteld. Het is een vraag naar welbevinden en mijn wel bevindt zich al een hele tijd niet op de plek waar het moet zijn. Toch vind ik het een moeilijke vraag, want het is alleen mijn lijf die die niet wel is, maar mijn geest wil wel.

Vermoeidheid is een raar iets. Het beïnvloedt je complete zijn. Buiten het feit dat mijn bips al lang geen zadel meer heeft gevoeld en de sportschool zijn maandelijkse bijdrage int, zonder dat ik mijn gezicht laat zien en een wandelingetje op slakkengang gaat voor maximaal een uur, doet het nog veel meer met je. Mijn spieren trillen zonder dat ze een donder uitvoeren. Na een beetje inspanning kunnen ze pijn doen alsof ik de marathon heb gelopen.

Bij het opstaan scheur ik me los uit de warme, zachte armen van mijn bed. De rest van de dag zit er een mist in mijn hoofd, die toeneemt naarmate de dag vordert. Deze mist geeft een zicht op mijn gedachten van minder dan 5 millimeter, maar met grote gevolgen. Een focus op één gedachte of ding blijkt bijna onmogelijk. Ik heb een concentratieboog van een gepelde garnaal. Een boek lezen vergt twee keer zo veel tijd, want soms heb ik geen idee wat ik lees, laat staan dat ik het begrijp. Mijn geheugen is een groot gapend gat. Een gesprek voeren voelt als een gevecht, want mijn gedachten komen niet uit mijn mond zoals ik bedacht had en bepaalde woorden lijken wel onvindbaar.

Dokters buigen zich over mijn gesteldheid. Is het niet hier, dan wel daar. Mijn hoop ligt nu bij specialisten die kaas hebben gegeten van vermoeidheid. Vooral omdat ze een idee hebben hoe ze het kunnen aanpakken. 

Ondertussen heb ik vooral veel plezier in het leven, want daar ontbreekt het niet aan, ondanks de frustraties van veel niet kunnen en de dikke tranen die daar wel eens mee gepaard gaan. 

Ik heb dus geen idee wat ik op die vraag moet antwoorden.

dinsdag 25 oktober 2011

De bakker die geen winkelmeisje was

De bammetjes waren weer eens nagenoeg op. Dus ik deed een greep in de kast naar een boodschappentas en wandelde naar de bakker. Zo noem je dat in volksmonderig Nederlands: 'naar de bakker gaan'. Is natuurlijk iets van uit het stenen tijdperk, toen de bakker zelf nog na het bakken van de broden, in de zaak ging staan om zijn waar aan de man en de vrouw te brengen.

Nu is dat niet meer, geloof ik. Ik tref namelijk altijd een winkelmeisje en ook iedere keer weer een ander. Deze keer bleek het winkelmeisje een man te zijn; een winkeljongetje. Hij stond met zijn rug naar mij toe te bellen en hij klonk lichtelijk in paniek. Ik kuchte eens voorzichtig en hij draaide zich daarop om. De paniek in zijn stem was in zijn geheel niet af te lezen van zijn gezicht, die stond allervrolijkst.

Hij vertelde de persoon aan de andere kant van de lijn dat hij een klant in de zaak had en dat hij wel zou bellen als hij weer wat moest weten. Ik zei hem wat ik wilde hebben en hij pakte de broden bij elkaar. Hij legde een brood op de broodsnijmachine en keek er vervolgens naar met een intense blik, alsof de machine daarmee vanzelf aan het werk zou gaan. Uiteindelijk vond hij de aanknop. 

Ik vroeg of hij misschien nieuw was. Nou, dat was hij niet. Hij was namelijk de bakker himself. Hij had al het brood staan bakken in een andere wijk - Wyck genaamd - en door ziekte en herfstvakantie en nog wat ongein was hij nu ook nog eens gebombardeerd als winkelmeisje, uh, jongetje. Hij zag er de lol wel van in, maar hij had echt geen idee. Bij het betalen bleek hij ook nog eens geen wisselgeld te hebben. Na wat heen en weer gereken, heb ik uiteindelijk zijn laatste euro gekregen.

Dag bakker!